autisme-spectrumstoornis (ASS)

Wat is Autisme

Autisme is een aangeboren en diep gelaagde ontwikkelingsstoornis die zich veelal kenmerkt door beperkingen op het gebied van sociale interactie en (non-) verbale communicatie en door een beperkt, repetitief of stereotiep gedragspatroon.

Met autisme bedoelen we autisme-spectrumstoornis (ASS).

Vroeger onderscheidden we verschillende soorten autisme:

  • Klassiek autisme
  • Asperger
  • PDD-NOS (Pervasive Development Disorder-Not Otherwise Specified); en
  • McDD.

Deze onderverdeling wordt nu steeds meer losgelaten.

Autisme heeft grote invloed op iemands leven. Onder andere doordat informatie door mensen met autisme op een andere manier wordt verwerkt in de hersenen. Daarbij gaat het ook om informatie die binnenkomt via de zintuigen; vaak is er sprake van sensorische over- of ondergevoeligheid.

De stoornis is op jonge leeftijd lastig te diagnosticeren. De diagnostische criteria, vastgelegd in de DSM-IV-TR, vereisen wel dat bepaalde symptomen reeds vóór het derde levensjaar duidelijk worden. Hoewel de diagnose tegenwoordig doorgaans vroeg gesteld wordt, komt het ook nog vaak voor dat autisme pas op latere leeftijd duidelijk wordt, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een normale of bovengemiddelde intelligentie.

Wetenschappers wereldwijd doen al jaren volop onderzoek naar autisme. Desondanks is nog altijd onbekend wat autisme nou precies is. Ook bestaat er geen indicator zoals een bloed- of DNA-test – waarmee autisme objectief kan worden vastgesteld.

Toch is er ook al veel wél bekend, bijvoorbeeld over de problemen waar mensen met autisme tegenaan kunnen lopen en wat hun sterke eigenschappen zijn. Autisme uit zich bij iedereen anders. Wat iemand lastig vindt of waar iemand juist goed in is, verschilt per persoon. Wel hebben alle mensen met autisme met elkaar gemeen dat ze moeite hebben om andere mensen goed te begrijpen en aan te voelen. Omdat ze moeite hebben met overzicht en het onderscheid tussen betekenisvolle hoofd- en bijzaken, hebben ze ook veel behoefte aan vaste patronen en voorspelbaarheid.

Mensen met autisme worstelen vaak met gewone alledaagse dingen. Het is daarom belangrijk dat ze leren herkennen welke situaties lastig zijn, signaleren wanneer de stress oploopt en vaardigheden aanleren om met deze situaties en oplopende stress om te gaan. Het is mogelijk dat iemand naast autisme nog een andere psychiatrische probleem heeft. Dit wordt ook wel comorbiditeit of een comorbide stoornis genoemd. Denk bijvoorbeeld aan ADHD, angststoornis, depressie, eetstoornis of gedragsstoornis. Uit onderzoek blijkt dat bij ongeveer 70 procent van de kinderen en jongeren met autisme psychiatrische comorbiditeit voorkomt.

Ruim 1% van de Nederlanders, ongeveer 200.000 mensen, heeft autisme. Het aantal mensen dat te maken heeft met autisme is vele malen groter. Denk dan aan de naasten, zoals familie, vrienden en hulpverleners.